Ik denk dat het archiefwezen en misschien zelfs de overheid in het algemeen nog erg onzeker is met het gebruik van web2.0 technieken. De 23-archiefdingen zijn een goed middel om deze technieken te proberen, maar men moet wel weten waar men aan begint. Websites en blogs zijn niet zomaar te sluiten.
Bloggen is als nieuwsmedium zeker interessant en in sommige opzichten effectiever dan nieuws op de website of een persbericht, maar ik denk dat het niet handig, nuttig en wenselijk is om alle medewerkers te laten bloggen.
Een voorbeeld van een nieuwswaardige en tegelijk heel goede en zorgvuldige blog is 100%archivist.
RSS kan heel handig zijn om bij te blijven op bepaalde gebieden, maar dat zie ik vooral als persoonlijk instrument om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen.
Beelden van de toekomst heeft denk ik bewezen dat foto's delen op Flickr een uitstekend middel is om een publiek te bereiken die normaliter niet in een archief komt.
YouTube zou voor het archiefwezen heel geschikt kunnen zijn als instructieinstrument. Zoekhandleidingen die nu in informatiebladen en onderzoekgidsen staan zouden met een kort instructiefilmpje heel veel toevoegen aan de gebruikersvriendelijkheid van archieven.
Mashups en online tools zoals Google Gear zijn prima hulpmiddelen.
Om de onzekerheid over de web2.0 technieken weg te nemen, zou het niet gek zijn als ook de leidinggevenden op het hoogste niveau zich zelf persoonlijk enigszins op de hoogte stellen van de mogelijkheden en onmogelijkheden van het web.
Een spoedcursusje 23-archiefdingen bijvoorbeeld?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Beste Nescio,
BeantwoordenVerwijderenIk heb in een grote inhaalslag je blogberichtjes van de laatste week gelezen, en vond het leuk en inspirerend om te lezen. Die Google Maps toepassing is inderdaad simpel maar doeltreffend (al steekt het NA logo niet genoeg af tegen de achtergrond van de kaart), en ook de DISH aantekeningen waren nuttig om te lezen.
Ga zo door met hemelbestormen, groet,
een Titaantje
(inderdaad: "jongens waren we, maar aardige jongens...")